| 1. Een wieg is een bedje voor een | | |
| 2. Een begraafplaats noem je ook wel een | | |
| 3. Welke datum is het vandaag? Dat kun je zien op een . | | |
| 4. Het is vandaag dinsdag, gisteren was het . |
| 5. Sla, uien en worteltjes zijn | |
| 6. Een serie schepen bij elkaar noem je een . |
| 7. Een grote winkel waar van alles te koop is noem je een . | |
|